Hanneke Kappen: e-mail - contact


Welkom op de site van Hanneke Kappen.

Hanneke Kappen is Capital Coach, docent en trainer. Ze begeleidt mensen die in hun werk of daarbuiten nieuwe wegen willen onderzoeken en creëren. 
Ze is dagvoorzitter op congressen en symposia en inhoudelijk adviseur tijdens het ontstaansproces ervan. 
Kunst en muziek vormen de rode draad. Ze kleuren het dagvoorzitterschap, zetten de toon in de Coachings/trainings praktijk. 

Hanneke is ambassadeur voor Stichting Groninger Landschap en columnist in De Golden Raand. 
Ze is als vaste gespreksleider verbonden aan AutismeCafé Assen en AutismeCafé Zwolle.

Hanneke presenteerde talloze radio-, en TV programma’s voor VARA, KRO, NPS, Teleac en RTV Noord.

Pavane

Wat een feest als een huis gezegend is met een piano én met iemand die er mooi op spelen kan.
Zo klinkt in dit huis tegenwoordig bijna dagelijks de Pavane pour une infante défunte van Maurice Ravel. Het stuk ging 110 jaar geleden in premiere en het schijnt meteen een hit te zijn geweest.
En dat is het nog. Zo mooi. De klanken gaan nog steeds recht het hart in. Dwars door tijd en ruimte.
Ravel was jong toen hij het schreef.
Het verhaal gaat, dat het hem altijd dwars heeft gezeten dat de mensen lyrisch waren en bleven over de Pavane, terwijl ze zijn latere werk, dat in zijn eigen beleving zoveel beter was, minder leken te waarderen. Hij kon daarom het stuk niet uitstaan.
Maar daar heeft zo'n Pavane zelf natuurlijk helemaal geen boodschap aan. 
Je hoort een youtube-versie van een opname uit 1954, gespeeld door Sviatoslav Richter. Compleet met een hele lelijke hoester in de zaal.
Zelfs daar trekt het stuk zich niks van aan.

Onheil

We zijn inmiddels gewend geraakt aan het-komt-wel-goed-muziek in lift, wachtkamer en winkelcentrum. De boodschap is: ontspan en koop. Momenteel is een verschijnsel in opkomst, dat precies het tegenovergestelde beoogt. Ik noem het: we-zijn-volledig-de-pineut, of onheilsmuziek.
Laag en dreigend resoneert het bijvoorbeeld onder de naderende uitslag van iedere zichzelf respecterende talentenshow. Close-ups van zich verbijtende kandidaten, tergend lang aangehouden stiltes. Stiltes ja, maar dan wel mét zo’n onheilspellende, deze-spanning-is-niet-te-harden grondtoon. Je hartslag versnelt, of je wilt of niet. 
Onlangs signaleerde ik het geluid onder een nieuwsbulletin. Met alarmerende uitwerking: Crisis!? Nee, ze bedoelen vast het einde der tijden!!! We gaan eraan!!!
Een doodgewoon nieuwsbulletinnetje was het, echt hélemaal niks aan de hand.
Je zou er de zenuwen van krijgen. Een verfrissend motregentje verandert op deze manier in een allesverwoestende modderstroom. Of een onschuldig konijntje..…... 
Nou ja, onschuldig...?

Met de neus op de feiten

Aanrader: bekijk het filmpje eerst eens met als achtergrondmuziek de Pavane uit het stukje hieronder, en daarna met de onheilsmuziek uit het verhaaltje Onheil. Geluid heeft verbazend groot effect op een beleving.

Het kind en ik- Martinus Nijhoff

Ik zou een dag uit vissen,
ik voelde mij moedeloos.
Ik maakte tussen de lissen
met de hand een wak in het kroos.

Er steeg licht op van beneden
uit de zwarte spiegelgrond.
Ik zag een tuin onbetreden
en een kind dat daar stond.

Het stond aan zijn schrijftafel
te schrijven op een lei.
Het woord onder de griffel
herkende ik, was van mij.

Maar toen heeft het geschreven,
zonder haast en zonder schroom,
al wat ik van mijn leven
nog ooit te schrijven droom.

En telkens als ik even
knikte dat ik het wist,
liet hij het water beven
en het werd uitgewist.

Vliegen

Ik herinner me het verhaal van Godfried Bomans als volgt:
Pa Pinkelman en Tante Pollewop vliegen hoog door de lucht in een karretje dat voortgetrokken wordt door een struisvogel. Tot het moment dat tante Pollewop opmerkt dat struisvogels helemaal niet kúnnen vliegen. Waarna ze met het hele spul van grote hoogte recht naar beneden storten.
Conclusie: Je kunt alleen vliegen, als je er van overtuigd bent dat het mogelijk is.

Liefde


Dit gedichtje schreef ik voor een congres waar het ging over duurzame energiebronnen. Als dagvoorzitter gebruikte ik het als poëtisch tussendoortje. 
Na afloop vroeg iemand of hij het gedicht mocht hebben, want hij vond het zo mooi. Ik krabbelde de tekst op een papiertje en gaf het hem. Blijkbaar heeft hij het daarna gescanned en op het web gezet. Daar zweeft het sindsdien rond. Iemand ontdekte het en wees me erop. Toen dwarrelde het uiteindelijk weer voor mijn voeten neer. 

Ceder

Ik heb een ceder in mijn tuin geplant,
gij kunt het zien, gij schijnt het niet te willen.

Een binnenplaats meesmuilt ge, sintels, schillen,
en schimmel die een blinde muur aanrandt,
er is geen boom, alleen een grauwe wand.

Hij is er, zeg ik en mijn stem gaat trillen,
Ik heb een ceder in mijn tuin geplant,
gij kunt hem zien, gij schijnt het niet te willen.

Ik wijs naar buiten, waar zijn ranke, prille
stam in het herfstlicht staat, onaangerand,
niet te benaderen voor noodlots grillen,
geen macht ter wereld kan het droombeeld drillen.

Ik heb een ceder in mijn tuin geplant.

Han G. Hoekstra (1906-1988)

Give me the simple life...

Museum

Ieder mens heeft een museum in zich opgeslagen. Daarmee wandelt hij de wereld in. Unieke mensen met allemaal een even unieke lange geschiedenis, misschien wel eeuwenoud, netjes opgeborgen in laatjes met een mooi koperen plaatje erop.  
Zo kan het gebeuren, dat als een lade in het museum openschuift, er een bericht uit ontsnapt dat afkomstig is uit voorbije tijden. Er staat op: "Groeten uit Weleer".
Laatst hoorde ik onze oudste neuriën.
Heerlijk geluid, geneurie. Hmmmmmmm, ontspannen en zacht zoemde ze wat voor zich heen, terwijl ze geconcentreerd met iets bezig was.
Opeens herkende ik in haar geneurie de klank die ik zo goed ken van mijn zusje. Precies zo klonk haar stem als ze aan het neuriën was. Mijn zusje deed het met overgave, neuriën. Net als mijn dochter.
Het zusje, dat er niet meer is.
Haar geluid is er nog. Veilig opgeslagen in het museum van mijn dochter.
  

Retro

Retro is het nieuwe avant-garde, heb ik me laten vertellen. Als dat zo is lopen wij hier in huis mijlenver voor de troepen uit.
De adrenaline die vrijkomt bij een good old potje sjoelen.
Vanaf het begin van de beurt, beheerst en professioneel, van je zwiffel zwaffel zonder de randen te raken door het poortje. Via die steen die van slapte halverwege de baan blijft liggen, de opstopping die erop volgt en de zelfbeheersing die aan diggelen gaat. Tot de opgetrokken bovenlip van ome Harry die op het laatst zo onredelijk hard gooit dat de stenen door de kamer vliegen. 
Ook fijn is Pim-Pam-Pet. Maar dan wel met de zelfverzonnen varianten die in de loop van de jaren met de hand op de achterkant van de beduimelde kaartjes geschreven zijn. Zoals: klamvochtig lichaamsdeel. Of: vogelsoort, kleiner dan een centimeter.

© Hanneke Kappen 2000-2018 - info@hannekekappen.nl